gemene muur

Ook, Burgerlijk Wetboek: mandelige scheidsmuur. De gemene muur is de gemeenschappelijke muur van twee buurpanden. De muur staat op de (erf)grens van van twee eigendommen en behoort bij beider eigendommen. Een gemene muur kan niet worden gescheiden (artikel 63 lid 2 Burgerlijk Wetboek Boek 5: "een vordering tot verdeling van een mandelige zaak is uitgesloten".) De meeste rijtjeshuizen hebben als scheidingsmuren gemene muren.

Vaak ontstaan er problemen bij de gemene muur, bijvoorbeeld als iemand een verdieping op zijn woning wil laten bouwen.
Een wachtmuur is een "aspirant gemene muur": wanneer er een pand tegenaan wordt gebouwd, wordt dit een gemene muur. De eigenaar van het nieuw te bouwen pand zal de gedeelde eigendom moeten verkrijgen om deze muur tot gemene muur te maken, en dus een betaling moeten verrichten aan de eigenaar van de wachtmuur (hij behoeft die muur immers niet meer te bouwen).


gemene muur (al lijkt het niet zo te zijn), met gemene isolatie (isover):


De term gemene muur werd eigenlijk pas gebruikt na de introductie van dakgoten, waardoor de smalle open ruimte tussen de panden (ozendroppen), t.b.v. de afvoer van hemelwater van het dak, niet meer benodigd was en men een gemeenschappelijke scheidingsmuur kon bouwen.
De term mandelig wordt bijvoorbeeld gebruikt om een legaal gemeenschappelijk karakter aan te geven: "Prachtig herenhuis (...) voorzien van (...) een eigen parkeerplaats op het mandelig binnenterrein", dus in dit geval een gemeenschappelijk parkeerterrein met allemaal eigen parkeerplaatsen.

Zie ook muurhuis, rug-aan-rug-woning.

Verg. ozendrop, wanneer er geen sprake is van een gemene muur, maar een smalle opening tussen de panden waardoor afwatering van het hemelwater mogelijk is.

Eng. common wall, party wall