| |
Ook:
E-modulus. De elasticiteitsmodulus van een materiaal is het getal dat de
verhouding weergeeft tussen de grootte van de spanning, veroorzaakt door de
externe belasting die op het materiaal werkt, én de door deze spanning veroorzaakte elastische
vervorming. De elasticiteitsmodulus is een maat voor de stijfheid van een
materiaal.
Deze relatie tussen belasting (spanning, als gevolg van trek- en drukkrachten)
en elastische vervorming staat bekend als de Wet van Hooke:
E = σ / ε
waarbij:
E = elasticiteitsmodulus [N/mm2]
σ = spanning [N/mm2]
ε = specifieke vervorming [dimensieloos], de verhouding tussen de
vervorming en de oorspronkelijke lengte
Onderstaand een grafiek van twee soorten beton. De hoek a is een maat voor de elasticiteit van het betreffende beton: de elasticiteitsmodulus = tg a. Betonsoort 1 heeft een grotere E-modulus en een kleinere vervormbaarheid dan betonsoort 2. |
In deze grafiek geeft gebied I de elastische vervorming weer en gebied II de plastische vervorming. De E-modulus geldt uitsluitend in het groene gebied. |
![]() |
![]() Vervorming van een metalen plaat |
"Beton is een heterogeen materiaal, bestaande uit
toeslagmateriaal ingebed in een matrix van
cementsteen. De E-modulus van beton wordt in sterke
mate bepaald door het soort én het gehalte toeslagmaterialen." In het
algemeen is de E- modulus groter naarmate de sterkte en de dichtheid van het beton toenemen.
Een eenvoudige manier om de elasticiteitsmodulus te bepalen (betonpocket):
![]() |
Een algemene bepaling van de elasticiteitsmodulus van beton is:
Ec = 104 * (f'ck + 8)1/3
waarbij:
Ec = elasticiteitsmodulus na 28 dagen
f'ck = karakteristieke kubusdruksterkte
na 28 dagen
Controlevoorbeeld van bepaling en berekening bij kubusdruksterkte van 32:
Ec bepaling = 22250 + 250 * 32 = 22250 + 8000 = 30250
Ec berekening = 10000 * (32 +8)1/3 = 10000 * 3,4 =
34000
|
|
|
|
materiaal |
elasticiteitsmodulus |
|
70 |
|
|
baksteen: hardgrauw |
4-8 |
|
baksteen: klinker (gevelklinker) |
5-10 |
|
baksteen: rood |
1-7 |
|
52-115 |
|
|
beton (bimsbeton) |
2-15 |
|
beton (cellenbeton) |
1,5-4,5 |
|
beton (met geëxpand. klei) |
9-25 |
|
beton (grindbeton) |
5-50 (normaliter 20-40) |
|
foamglas (cellulair glas, schuimglas) |
1-1,2 |
|
50-100 |
|
|
glas (flintglas) |
60-70 |
|
30 |
|
|
60 |
|
|
hout (hardhout; vezelrichting) |
8-10 |
|
hout (vuren; vezelrichting) |
10-20 |
|
ijs |
3 |
|
ijzer |
220 |
|
60 |
|
|
7-10 |
|
|
koper |
124 |
|
40-60 |
|
|
nikkel |
196 |
|
perspex (plexiglas) |
2,5-3,5 |
|
6-15 |
|
|
polyesterplaatwerk (versterkt) |
5-50 |
|
0,1-0,9 |
|
|
2,5-3,5 |
|
|
rubber |
0,0001-0,001 |
|
soldeer (zacht) |
0,045 |
|
200 |
|
|
10-50 |
|
|
93 |
Met dank aan o.m. ENCI, Mebin,
Sagrex, Kennisbank plaatbewerkingstechnieken
en Polytechnisch
zakboekje.
Zie ook elastische
vervorming, plastische
vervorming.
Eng. modulus of elasticity, Young's modulus