dakhelling

De dakhelling is de hoek die het dakvlak maakt met de "vloer". 
De dakhelling is belangrijk voor de gewenste nuttige oppervlakte onder het dakvlak,  voor het uiterlijk van het gebouw, voor de afwatering, maar ook bijvoorbeeld voor de soort
dakpan die mogelijk is.
Een kleine dakhelling geeft, wanneer de vloer ongeveer op de hoogte van de dakvoet ligt, een lage vliering. Wanneer het schuine dak bv. vanuit de slaapkamer is te zien, is ook een lage dakhelling een pluspunt.
De hellingen van de daken op de foto's hierboven zijn resp. 22, 45 en 57,5 graden. 
Een plat dak heeft een helling met de horizontaal tussen -5 en +5 graden ("Flat roofs are defined as having a slope α of -5< α < 5", norm Eurocode NEN-EN 1991.1.4:2005).

De keuze van de dakbedekking is mede afhankelijk van de dakhelling:
- teervilt: van 2 tot 7 graden
- bitumeus: van 7 tot 55 graden
- koper, lood en zink: van 7 tot 90 graden
- dakpannen: van 15 20 tot 55 graden, verankerd tot 90 graden
- golfplaten: van 20 tot 90 graden
- glas: van 25 tot 90 graden
- leipannen: van 35 tot 55 graden, vernakerd tot 90 graden
- leien: van 40 tot 90 graden
- riet: van 40 tot 90 graden.


een flauwe dakhelling (22 graden):


ca. 45 graden:


een steile helling:


dakhelling = h/b:


Dakpannen kunnen normaliter pas worden gelegd vanaf een dakhelling van 15 graden. Monier heeft echter speciale pannen die vanaf een hellingshoek van 7 graden gelegd kunnen worden: het Monier Low Pitch Systeem kent een grootformaat betondakpan, met een nieuwe waterkering, in combinatie met een speciale waterdichte maar dampdoorlatende onderconstructie. Veel naoorlogse woningen met een zeer flauw dak kunnen op deze manier voorzien worden van dakpannen.

Met dank aan Oude Wolbers, Interloods, Bouwwereld.

Zie ook de afbeelding bij daklengte.

Eng. roof pitch, roof slope; een dakhelling van 45 graden is a 45-degree pitch