| |
1.
Een beer is een meestal gemetselde waterkering in een gracht. In
bijvoorbeeld Naarden werden de
beren gebouwd om zoet en zout water te scheiden: het zoete water van de
grachten en het zoute water van de toenmalige Zuiderzee.
Beer betekent "varken"; om de gelijkheid in vorm wordt deze
waterkering een beer genoemd: "Gelijk den rugghe van een swijn", zegt Simon Stevin.
Ook het "beer" in
steunbeer is
hieraan verwant. Bron
Etymologiebank.
Foto P. Duinker.
Eng. dam; steunbeer is buttress
2.
Beer is een verouderde term voor menselijke uitwerpselen, zie beerput.
Eng. feces, night soil (indien gebruikt als mest)